voorjaar 2020 (lockdown lullabies)

Verhalen uit kamp Corona

13 maart

Portret van 21e eeuws grootouderen. De prinsessenpop van de kleuter voert over 80 kilometer afstand een prikkelende conversatie met mijn moeders oude Skipperpop. Ik heb teveel Toy Story gekeken om niet sentimenteel te worden over zo’n Barbie die weer van zolder mag voor de derde generatie sinds 1965. Het zijn welgekome virtuele babysitmomentjes.

Ik probeerde puk ermee te troosten toen ik vanmorgen rond 6u15 de woorden zocht om uit te leggen dat het voor haar grootouders en de queen mum (ons meme) beter is als ze er even niet tegenaanplakt.

Ik hoorde mezelf in vijfjarigentaal bezig over hoe zo’n beestjes laten zien hoe verbonden we allemaal eigenlijk zijn. Dat niet iedereen in de problemen kan komen, maar de kwetsbaarste mensen wel. Dat we daarom nu gaan samenwerken en voor elkaar zorgen. Puk luisterde stil. En toen zag ik het besef over haar gezicht rollen – als de stralendste ochtendzon- wat vijf weken zonder school mogelijks kunnen betekenen: “ELKE DAG FILMPJE KIJKEN!”

Moeders schone betogen over het belang van een zorgende overheid, gezondheidszorg voor iedereen en (vooral) de rechtstaat: paarlen voor de selectief luisterende zwijnen hier. Eergisteren kreeg ik honderd-en-tien bekeuringen op de tijdspanne van een avondmaal. Die werden netjes bijgehouden op papier en gingen exponentieel de hoogte in naarmate duidelijk werd dat moeder alwéér geen lékker eten had gemaakt. Iedereen behalve de champetter -want die kàn geen boetes krijgen-vloog op de bon voor allerlei infracties. Binnen vijf weken is hier in huis vast een dystopische politiestaat geïnstalleerd.

Ik tel mijn vele zegeningen achter mijn laptopke waarop ik gewoon betaald kan telewerken. Hopelijk wakkert er allerlei constructieve politieke wil aan, terwijl de storm gauw overwaait. Take care ❤️❤️❤️

15 maart

Het “macaronavirus” zal ons poppenmoeder niet liggen hebben. Take care ❤

30 maart

Portret van moeder en heur kinders op berenjacht. Hier lopen we dan. Het kerngezin. Pilaar van de samenleving niewaar. Bubbel waar alles moet gebeuren. Meer dan ooit een onzinnige notie voor zovelen die anders leven. Gevestigd instituut waarin moeder nog nooit zoveel geroepen heeft als de voorbije weken. Geschrokken flitst dan door haar hoofd hoe onveilig de haven kan zijn. Terwijl vader fulltime moet telefoneren, probeert ze, belaagd door al te aanvurende werkmails, een digitale onderwijsrevolutie te combineren met kleutergeknutsel. Telegesprekken met studenten over hoe het verder moet met hun thesis. De gewoonlijke uitwisselingen over methodologie en interessante uitvalshoeken voor analyse. Als je vraagt: “Hoe voel je je?” wordt het stil, hoor je Paw Patrol op de achtergrond.

De lucht is kraakhelder. De merelzang slechts verstoord door een politiehelicopter die boven het nabijgelegen natuurgebied hangt om de wandelaars uiteen te jagen. In deze kleine buitenwijk net over de ring heeft elk huis een tuin. Voor de ramen zitten de beren te wachten, wapperen de witte lakens in de wind. Trekkend aan een bolderkar vol privileges, bedenkt moeder honderdduizend dingen. Het is moeilijk je hoofd om de dingen te wikkelen, als de zekerheden verschuiven. Moeder heeft geschiedenis gestudeerd en moet zich -toch altijd eventjes- hoeden voor grote analyses van het heden.

Op het internet woedt de door logaritmen afgebakende wereld. Exponentiële curves. Mopjes. Hoe creatief mensen kunnen zijn. Onwaarschijnlijke voorbeelden van solidariteit van gewone burgers, waar overheden in gebreke blijven. De ongeziene u- bochten in beleid, die doen dromen van een wereld na. Onheilstijdingen. Ongelijkheden die tastbaarder zijn dan ooit. Moeder voelt een vage angst bij het aanblik van lege winkelrekken waar iets uitverkocht is dat we niet eens nodig hebben. Spookbeelden van een wereld nu. Regio’s met performante gezondheidssystemen waar alles op zijn kop staat. Ontwikkelingslanden met kwade narcisten aan de knoppen. Gaza. Moria.

Hobbelend over de zonovergoten stoep kraaien de kinders. De beren staren minzaam terug. In de lucht hangen lentebloesems, voorjaarsvogels, zorgen, verandering, rouw. Thuisgekomen vliegen de klein mannen op wat overblijft van een cake die bij wijze van thuisonderwijs gebakken is (daar kwam maar een beetje ruzie van). Moeder verschanst zich met haar smartphone in de badkamer. Neemt zich voor vanaf maandag wat minder te doen alsof het allemaal te combineren is. Bleit zich een oog uit bij een filmpje van een philharmonisch orkest dat vanuit een hoop huiskamers speelt. Ode an die Freude.

Take care ❤️

31 maart

Dag Dirk Van Duppen

Merci dokter, voor uw tomeloze engagement en bevlogenheid. Je gaat op een moment waarop we misschien beter dan ooit begrijpen waarom je een leven lang ijverde voor solidariteit en toegankelijke gezondheidszorg. Voor wie in coronatijden nood heeft aan hoop en inspiratie raad ik je boeken van harte aan. Ik las het laatste op twee uur uit, kon het niet neerleggen, moest naar de winkel, liep lezend bijna tegen een paal. In een sappige taal vertel je wervelend, soms erg grappig, altijd overtuigend over een leven vol engagement . En hoe je dat concreet doet: supersamenwerken en mensen verbinden om samen bijv. betaalbare geneesmiddelen af te dwingen en vervuilende prestigeprojecten uit de stad te houden. Opgetekend door Thomas Blommaert. Ik slik wat weg als ik aan de laatste zinnen denk. Ik hoop zo dat u (weer eens) gelijk heeft. Diepste medeleven aan al wie u graag ziet ❤️

Via het Masereelfonds deze mooie quote: “Ik hou van de hoop,die het tegenovergestelde is van de angst. De angst roept op tot passiviteit, lethargie,ze jaagt je bevend onder je bed. De hoop leert je op te staan en te zingen, misschien eerst nog schuchter zoals een zwaluw, maar van langsom vastberadener.”- Dirk Van Duppen

1 april

telewerken week 3

10 april

telewerken week 4

14 april

17 april

Portret van de puk die onder onze ogen groot wordt. Net als ik me afvraag wat ze denkt, als ik even naar een radiobericht luister, vat ze peinzend de situatie even samen: “ Maar mama, het zijn de beestjes die dood moeten he, niet de mensen”. Da’s waar puk. In een videochat filosofeert ze met haar liefste juf over of pasgeboren baby’s eigenlijk kunnen tekenen en wát ze dan tekenen. De wereld is nog lang niet onttoverd, stelt moeder tevreden vast, als het kind het gekregen snoepje onder de grond stopt en water geeft. Daar moet een snoepjesplant van komen. Vervolgens moet moeder de namen voorschrijven van alle vriendjes van de klas. En dan gaat ze uitnodigingen tekenen voor haar snoepjesfeest, dat blijkbaar gepland staat als het macaronavirus weg is. “Maar wanneer is dat dan mama?”

19 april

Moeder heeft zich de laatste weken vaak afgevraagd wat zo’n vijfjarige denkt. Het is een hele oefening om de dingen in kleutertaal te duiden. Moeders geknoei met de waarom-fase resulteert ongewenst al eens in fake news. Zo probeerde ze onlangs het verwantschap tussen de mens en de aap uit te leggen. (Puk is dol op apen. ‘Aap’ was haar eerste knuffel en eerste woordje, dat ze – helemaal niet genant- enthousiast naar ieders hoofd slingerde. Het was het enige dier dat er toe deed in het dierenboek, waar we steeds -helemaal niet vervelend- naar terug moesten bladeren. Jaren later is de knuffelaap helemaal smoezelig en de fascinatie intact.) Toen de uitleg over een gemeenschappelijke voorouder en evolutionaire adaptaties te ingewikkeld bleek, probeerde moeder het met bedenkelijke versimpelingen. Puk knikte fronsend. Een paar dagen later kwam ze thuis van school en zei: “Ik was helemaal geen aap vroeger, ik was een baby! En Ides ook want ik heb het hem gevraagd! Hoe bedoel je heel lang geleden? Was meme een aap vroeger?”

Sindsdien houd ik me meer dan ooit vast aan het credo dat de lerarenopleiding er in timmerde: maak eerst een inschatting van de beginsituatie. Dus als het over de pandemie gaat, probeer ik bij puk te peilen naar wat ze wil weten, voor ik misschien antwoorden geef op vragen die ze niet heeft en die er alleen voor grote mensen toe doen. Als ik probeer uit te zoeken wat de kleuter bezig houdt, lijken dat vooral de volgende accute kwesties:

1) wanneer ga je nu eindelijk stoppen met werken?

2) ik verveeeeeel me, mag ik filmpje kijken?

3) ik heb hongeeeeeeer, mag ik x,y,z? (waarbij x = snoepje, y = koek en z = cake die moeder eerst nog moet bakken. Alles met chocomelk)

4) wat eten we vanavond?

Moeders antwoorden worden maar zeer zelden als bevredigend ervaren.

Loerend naar het kind, dat in opperste concentratie aan een knutselwerkje knoeit, vraag ik me af wat het doet met zo’n kleine. Het verlies van de bekende structuur, contact met de vriendjes, vreemde verhalen over enge virussen. En hoe moet je dat ondersteunen als je zelf alle kanten opvliegt tussen telewerk en kinderen?

Toen ik op een avond vorige week ging slapen, vond ik een verstekeling. De puk, uit bed getrippeld, lag dicht tegen haar broertje, hand in hand met hem, beiden diep verzonken. Ik zag ze liggen en dacht aan lang vervlogen nachten op chirokamp. Uitgelaten je bed in, wegzakken. ‘S morgens komt de zon ons wekken en de vogels zingen blij. Dat is het soort dingen waar ik graag een antwoord in zie. De volgende avond schoven we een bedje bij. Kamp corona.

3 mei

Corona-toerisme in een lege stad. Gent voelt raar.

Moeder vraagt zich af hoe het moet zijn om nu een Venetiaan te wezen.

Puk verwerkt slurpend het grooootste ijsje dat ze oooooit gegeten heeft. (Moeder was even vergeten dat we maar 1 bol doen normaal gezien).

Ondertussen bespreken we hoe het nu zit met het macarona-virus. Puk wil weten of de beestjes al bijna dood zijn en hoe we gaan weten of ze dood zijn. Moeder probeert uit te leggen dat dat niet zo makkelijk is. Als ze vervolgens vraagt wat het plan eigenlijk is om die beestjes weg te krijgen, bevalt het antwoord allerminst. Vaccins brouwen is een slecht idee volgens puk. Puk wil geen prik. Prikken zijn stom.

Op de weg naar huis, doet ze hevig trappend alternatieve suggesties. Zo kunnen we iets dat stinkt rondspuiten en dan lopen de beestjes weg. De politie kan ook op de beestjes schieten met hun pistolen. En op simpel verzoek wil puk het huis volzetten met heel veel vallen. Of één heel grote val om alle beestjes tegelijk te vangen.

-“Maar mamaaaa?” vraagt puk voorop op de rode tandem, “zijn die beestjes sterk?”

-“Hoe bedoel je?”

-“Kunnen ze een papiertje dragen?”

-“Euh. Ik denk dat ze daar te klein voor zijn? “

-“Ah “

– “Waarom?”

Het antwoord is onverstaanbaar door de wind omdat we in een plotse versnelling van de brug af rijden.

En later wil ze het niet meer herhalen. Dus nu gaan we het nooit weten.

5 mei

Ook in dit telewerkende huis werd het schermaanbod voor kleine kinderen met gemengde gevoelens fors uitgebreid. Moeders schrik over lethargie wordt enigszins gesust door de observatie dat bingewatchende kleuters niet stil zitten. Puk legt de tablet op de rand van de zetel, grijpt zelf de zijkanten en springt dan de hele aflevering lang op en neer. Moeder moet dan elders gaan zitten om niet nog gekker worden. Als de stichtelijke avonturen van de hondenbrigade eindelijk uit zijn en de puk tot knutselen verleid is (in brokken van 10 minuten zelfstandig) hoor je om de haverklap: “EEN PUP MOET DOEN WAT EEN PUP MOET DOEN!”

Moeders favoriete coronafenomeen echter is de kleutervideoconference. Bedoeld om enkele kwartieren rust te brengen maar omwille van de decibels een totaalspektakel. Zo aandoenlijk ook dat je wel wil werken maar niet anders kan dan luisteren.

Weerkerende elementen :

– Elkaar rondleiden door de respectievelijke woonsten terwijl ze de camera scherp de grond of het plafond gericht houden

– Op het schermpje is de helft van de tijd sowieso alleen een voorhoofdje te zien.

– Eten is een heel belangrijk thema. “Wij eten straks spaghetti, dat is mijn lievelingseten”. (tricky momentjes want sowieso eten wij niét puks lievelingseten en is de wereld onrechtvaardig.)

– Halverwege willen ze het spel meestal analoog verder zetten: “Mama mag ik bij … gaan spelen? Maar ik wil bij … gaan spelen. Nee nu! Huil.”

– Een favoriete activiteit is het vullen van valiesjes voor toekomstige logeerpartijtjes en de inhoud ervan bespreken. Als puk na het macaronavirus effectief overal gaat logeren als gepland, is ze maandenlang van huis.

– Elkaar speelgoed laten zien en daarbij de persoonlijkheid van elk knuffeldier schetsen.

– Samen zingen (een format dat geschrapt werd toen een vader aan de overkant “Let it go” zogezegd per ongeluk op repeat zette en toen een kwartier ging douchen.)

– Samen tekenen. Gaat in een opmerkelijke stilte en als het af is moet moeder de naam van het vriendje in kwestie voorschrijven en zet puk er zelf: “LIEFSTE “ voor.

– Beschouwingen over corona en dan vooral over de beestjes. Zoals daar zijn: “HOEST”

– “Je moet in je elleboog niezen. Anders gaan de beestjes vliegen en die vliegen heel ver”

– “Dat is dan wel een groot avontuur he voor die kleine beestjes!”

– Fake news verhalen : “Je raadt nooooit wat ik gezien heb! Wel twee salamanders. Samen.”

– (standaard kleuterantwoord:) “ik heb dat ook eens gezien” – (standaard kleuteropbod:) “eigenlijk waren het er twintig en ze gingen samen op schoolreisje.”

– De vieruurtjes-faceoff: koeken vergelijken (waarbij moeder de adem even inhoudt) en ze dan zwijgend opeten terwijl ze elkaar strak blijven aankijken.

– Beide kleuters verdwijnen uit beeld. Eentje komt terug:” Ben je er nog?”

– “Ja”

– “Ok dan”

– stilte

– repeat.

– De meeting eindigt steevast nogal bruusk. “Nu ga ik iets anders doen!”

– “Ok”.

En dan om ter snelst op het rode telefoontje drukken.

6 mei

Portret van de puk die naar het wekelijkse zaalverhaal kijkt. Moeder luistert mee onder het koken van bloemkoolsoep die experimenteler zal uitpakken dan bedoeld.

De kleutermeester en de juffen schitteren op het scherm. Het voorlezen -normaal gezien in de zaal voor drie kleuterklassen- komt met een zelfgemaakt intro-en outroliedje en een plechtige triangel voor elke omgeslagen bladzijde. Op de meticuleus bijgehouden schoolblog staan bij elk verhaal een resem aangepaste opdrachtjes, liedjes en spelletjes.

Moeder zoekt laurierblaadjes in de schuif en schiet opeens vol bij het aanblik van dat kleine kindje in haar laatste kleuterweken aan die grote tafel voor dat desolate scherm.

Als je aan de puk vraagt of ze de school mist, zegt ze nee. Te blij met de onverwachte vakantie en mama en papa die allebei thuis zijn. Maar eigenlijk wordt ze vaak weggestuurd, tot stilte gemaand of voor een scherm gezet om plaats te ruimen voor vergaderingen of mails of andere ondingen.

Als er dan samengespeeld wordt, wordt tot ieders frustratie duidelijk dat moeder geen vijfjarige is.“Ok mama!” roept puk terwijl ze me een Duplomannetje toewerpt, “Ik ben de politie! En jij bent de boef!”

Zucht. Dat soort spel. Ik ben geen boef, mijn kind. Ik ben je chagrijnige moeder. En ik hoop zo voor jou, dat je gauw weer mag kleuteren met de anderen, die daar meer talent voor hebben.

7 mei

Het peultje groeit zich een ongeluk, niet gehinderd door enige pandemie. Tweeëntwintig maanden. Brabbelt een soort vergeten boeventaal, alsof wij eerder hem leren begrijpen dan dat hij leert spreken. “Tee” voor zowel teen als tiktak. “Pappis” voor appelsien. “Gakke” is water. Hij knoopt de woordjes aan elkaar met een onontwarbare grammatica. Maakt een gesofisticeerd onderscheid tussen “to” (toastje) en “hamke” (boterham) of. “ba” (badje), “baa” (vogel) en “bah! “ (waarschuwend als hij boos is en met een schelmenblik van onder zijn wenkbrauwen een spekarmpje in de lucht naar je stoot). Bee, puusj, titi, ballen, dee. Elke k is nog een t. Ik kan het niet laten om het allemaal op te schrijven. Stuur het lijstje naar een huisvriendin. “Van Ostaijen”, zegt die.

Strelend over plakkende dunne krulletjes als hij even vijf minuten rustig op schoot zit, kijkt moeder naar die blauwe ader die zich vertakt boven zijn oortje dat op en neer beweegt, terwijl hij zwaar ademend slurpt aan een drinkbus. Altijd zand in dat flutjeshaar, grondstrepen op zijn wangen. Vlak onder mijn hand: een klein brein als een heelalletje waarin de ene big bang de andere opvolgt. Niet te vatten. Terwijl zijn hele wereldje, nu nog meer dan anders, in je hand past: het grote bed, het tapijt, de keukenstoel, het bad, de fiets, de creche en het stukje stoep tot bij de buurhond. Elke dag een bezoek op onvaste beentjes.

– “Whuuuu! Wabejeu!” roept het peultje.

-“ Hondje, waar ben jeee?” papegaait moeder hem dan achterna, alsof het dringend is ofzo, dat hij leert articuleren.

9 mei

Portret van puk en moeder onder het lezen van de avonturen van ene Ibbeltje. Daarna overlopen we de dag, waarbij puk traditioneel nog niet wil slapen en de boel begint te rekken met diepzinnige overpeinzingen en plannetjes. Zo wordt er ongeveer 364 dagen per jaar gesleuteld aan het draaiboek voor de volgende verjaardag. Er zijn al zoutdeegschatten gebakken om te verstoppen voor haar vriendjes. Er is een playlist (met name: de Bamba, You were always in my mind, Zeg eens meisje, Mooi weer vandaag en het kasteel van koning Samson). Er is een zomerjurk geselecteerd voor de novemberjarige.

Deze avond wordt in het bijzonder gepopeld over de fantastische verjaardagsdoos van juf Phara. Dat is een machtig ding met kaarsjes, serpentijnen, ballonnen en een bijhorende troon waarop de jarige mag zitten en dan komen alle andere kinderen glitters in je haar blazen.Moeder zucht en zegt dan zo voorzichtig als ze kan: “Maar pukkie, in november zit je niet meer bij juf Phara lieverd, maar in het eerste leerjaar.”

Waarop negen coronaweken dan toch opeens ontploffen in het kleuterhoofd. Dikke tranen om de vossenklas, juf Phara, meester Jef en de andere vossen. Welkom als een zomeronweer. Stom he puk. Écht, écht stom. Stomme beestjes.De ontlading duurt ongeveer zo lang als stortregen, voor ze afzwakt en langzaam wegebt in de verte. Stilte. En dan:“Mama? Vertel eens een mopje?”

Waarop moeder haar hersens scant op zoek naar een grapje, inwendig vloekend op het aanbreken van de mopjesfase, maar voor jou alles, kind, of toch veel.

Het enige kluchtje dat moeder karmisch wil te binnenschieten is het mopje over de papegaaien, waarmee ze zelf elk familiefeest tussen 1988 en 1993 teisterde. Als moeder de home camera beelden ziet van zichzelf in een knellende roodgroene kerstoutfit voelt ze het nog: een buik vol kroketjes en zenuwen.Maar goed, dus Jantje ging met zijn papa naar de vogelmarkt en hij kreeg een papegaai. Er waren er twee en Jantje koos de rode.

“Allez”, zei de papa, “Waarom niet de groene? Dat is toch je lievelingskleur?”.

“Maar allez papa”, zei Jantje, “die groene is toch nog niet rijp”.

Puk moest net zo hard lachen als moeder in 1988. En nu moet iedereen het horen.

En moeder lacht net zo hard als háár moeder in 1988.

Alleen heet het jongetje nu Rex, want die andere naam kon puk niet onthouden.

25 mei

“Laat me nu maar los”, zei puk.

“Ben je zeker?”, hijgde moeder.

“Jaahaa”, zei puk, met kenmerkend ongeduld.

En moeder knoopte de oude draagdoek los die een tweede leven had gekregen rond het middel van de koersbelofte. Gaf een duwtje. En daar ging puk.

Tien meter helemaal alleen. En dan de berm in.

Fier als een pronkvogel die wiebelend op een zwaar fietske met dikke bandjes elke tegenligger de stuipen op het lijf jaagt.

Hoera voor kleine dingen die je loslaat, als blikken opwindspeelgoed, en die dan een eigen leven gaan leiden.

Vijf jaar geleden krabbelde ik een eerste verhaaltje op dit blogske. Het werd een relaas over traag en aarzelend beginnen, snelheid oppikken en dan vertrokken zijn. Regelmatig en met overtuiging in de berm vliegen ook .De schelpjes die ik al heb mogen rapen op dit kleine virtuele strandje zijn schoner dan ik ooit had kunnen denken op 25 mei 2015. Een te gekke nieuwe onderzoekshorizon en een hoop superleuke schrijf-, spreek-, illustratie-opdrachten.

Maar bovenal: van gedachten mogen wisselen met een hoop boeiende mensen, nieuwe vrienden die als familie voelen en -nog altijd even zalig als die allereerste keer- berichtjes in mijn mailbox van mensen die laten weten dat iets wat hier geschreven stond op één of andere manier geholpen heeft. U moest eens weten.

Onwaarschijnlijk bedankt om hier (nog altijd) te komen kijken.Ik wens u allemaal een hoekske toe op het internet, waar ge zo content kunt zijn als ik hier met u.

14 juni

Er komt eindelijk weer bezoek. Naar aanleiding van de langverwachte arrivée van onze dierbare vriendin Siggie vertelt puk, huppend van de anticipatie, haar ontstaansgeschiedenis. “Mijn papa deed een keer een barbecue. En toen vroeg Siggie: mag ik een vriend meenemen? En toen bracht ze mijn mama mee. En toen voelde mijn mama dat ze een baby ging krijgen. En toen beslisten ze samen dat ze papa en mama gingen worden. En die baby was ik.” Het is maar een beetje kort door de bocht.

Ik kijk naar de vader die na een lange werkdag een ijsje deelt met de jongste op zijn schoot. Hij luistert met halfgesloten ogen naar de oudste die, luid als een beiaard in de nok van de kathedraal, speculeert over haar volgende verjaardagsfeest. We wisselen een blik.

Tussen ons acht jaren. Tussen ons: het ene telt meer dan het andere. Tussen ons het peutergebrabbel en het kleutergekwek. We houden de wacht. Soms staan we als porceleinen honden op de schouw, elk aan onze eigen kant een beetje naar onszelf te verlangen. Soms knipogen we eens. Tussen ons de fotokadertjes met plaatjes van warme dagen en blote kindertjes in het gras. Tussen ons de dromen van wie we wilden zijn, boodschappenlijstjes, onbetaalde facturen, oude koeien, nieuwe. Tussen ons duizend nachten zonder slaap. Tussen ons de voorleesboeken, snoeten vol watermeloen en de bamba dansen in pijama.

Tussen ons alles wat niet op de foto’s staat. Tussen ons steeds meer al wat er wel is. Het zal misschien de leeftijd zijn.

Tussen ons al wat nog komt.

Fijne vaderdag he, daar aan de overkant van de ontbijttafel.

Ps: met dank aan Siggie om mij toen mee te nemen naar die barbecue.

28 juni

Scherpste lockdown-herinnering (ik wou dat ik dit gefilmd had, dan zou ik een videoverslag opsturen naar de bevoegde minister)

Het was mei en moeder had het gehad. Want ook in onze bubbel vol privileges was het combineren van kleuters en een onderwijsbaan een hachelijke onderneming. Aan de keukentafel probeerde moeder steeds blekere studenten te ondersteunen over een scherm, papers te lezen, te vergaderen of mails sturen. Puk deed aan de overkant oprecht haar best om zich in stilte bezig te houden met de aangesleepte werkboekjes, klei, knutseldozen en kleurpotloden. Ze trok mopperend met een onvast handje krullen over voorgedrukte stippenlijnen, knagend opheelder bussels jonge wortels met pindakaas (knaag! knaag! knaaaag!) terwijl ze onherkenbare liedjes zong op een toonhoogte die voorbehouden is voor alarmfluitjes. En ze vroeg elke vijf minuten of mama nog veel werk had.

Het geheel leende zich uitstekend voor kwaadaardige reality tv. Liefhebbers van het genre zouden een kluif hebben aan hoe moeder met elke voortschrijdende dag meer opvoedingsprincipes overboord gooide en fantaseerde over het kind bedriegen met een andere kleuter DIE NIET ZO LUID KNAAGDE.

Na twee weken had puk zich bekwaamd in luttele minuten rust aanbieden tegen sjacherhoeveelheden snoep om daarna stuiterend van de suiker over de grond te rollen dat ze zich verveeeeeeelde. Moeder die alleen nog droomde van doodse stilte waarin ze drie ongestoorde gedachten aan elkaar kon rijgen, verhief steeds vaker haar stem en pleurde het kind steeds langer in de zetel met filmpjes, wortels en de hele pot pindakaas, waarna ze de keukendeur barricadeerde.

Het is een weerkerend fenomeen dat er al eens een knutselmanie ontstaat wanneer moeder van stress dreigt te vergaan. Na welgeteld één week telewerk – de pandemie was nog niet goed begonnen- stond moeder al ballorig apen op de recent gewitte muren van de kinderkamer te schilderen. En nu was het mei en moeder had het gehad. Ze verzamelde alle kartonnen dozen die rondslingerend getuigden van burgerzin jegens Belgische webshops en ze besloot dat het die dag verlof was. Ze nam een schaar en lijm en maakte een speelhuisje voor puk. In een orgie van karton was moeder urenlang driftig bezig met ramen knippen en luifeltjes en dakpannen en bloempotten. Ze kleefde gordijntjes en een brievenbus en grassprietjes tegen de gevel, die het uitstekend zou doen op gefilterde instagramfoto’s.

Maar moeder die het oprecht goed bedoelde maakte dan wel een huisje vóór de puk, er kwam laaiende ruzie toen ze dat probeerde mét. De kleine wou enthousiast meedoen, maar de pinterest-mommy-karikatuur die moeder geworden was kon haar eigen esthetische visie niet loslaten. En dus stampvoette het kind na een tijdje huilend de kamer uit.

Moeder zuchtte en schikte wat zachte kussens in het huisje. Hier kan je dan komen zitten, puk, als je me kotsbeu bent. Ik begrijp het, kind. Op het einde besloeg moeders huizenhoge schuldgevoel een petteflet van twee kartonnen verdiepen.

Tijdens het avondeten sloop puk (who takes no shit) naar boven, nam het recht in eigen handen en kliederde rode verf op het witte huisje. Moeder kreeg een halve hartverzakking, realiseerde zich dat het kind gelijk had en verfde alles rood.

Het rode huis staat nu te blinken in een hoek van de kamer. De dakpannetjes komen al wat los, maar Puk heeft er nog geen één keer ingezeten. Puk zit liever aan de keukentafel.

30 juni

Portret van puk die klaar staat voor de laatste keer naar de kleuterklas. Met een logeerkoffertje dat over de voorgaande dagen vier keer opnieuw in- en uitgepakt is. Dankzij een welgemikte versoepeling van de coronamaatregelen kon de apotheose waar drie kleuterjaren naar toegeleefd was toch nog doorgaan.

Drie jaar bij juf Phara, door puk op dag 1 thuis aangekondigd als juf Fanfare en dat zat er au fond niet naast. Het kind mocht -fier als een pauw- het pasgeboren broertje meenemen naar de kring en uitleggen hoe veel luiers zo’n baby verslijt (baby’s waren gekozen als onderzoeksthema van de week). Ze kwam thuis vanalles vertellen over roofdieren, klimaatsverandering, dinosaurussen, de ruimte, insecten, de bakker, kolonisatie en het nieuwe kapsalon dat opengegaan was in de klas. Zo veel knusse uren samen binnen, elke dag vuil thuisgekomen van het ravotten buiten, zo vaak op stap geweest, zover gereisd.Ik heb mijn ogen uitgekeken in dat kleuterschooltje, waar je altijd welkom bent om mee te komen doen. Vaak mee in de kring gezeten en daar mijn hart opgehaald.

Natuurlijk zie je dan ook werkpunten, de vragen, het zoeken. Maar – mama mia- de goesting, de bezieling, de visie, de spontane creativiteit, de verregaande inzet voor de kwetsbaarste leerlingen (zeker in corona) en de liefde voor al die klein mannen. Zo vaak dat ik gedacht heb: zo bouw je een toekomst.

Aan het eind van het avontuur zaten we allemaal op picnicdekentjes in het park, waar zelfgeknutselde standbeeldjes stonden. De kleuterjuffen en de meester zetten elke oudste kleuter even op een pied de stalle, vertelden waarom ze op hun eigen manier zo de moeite waard zijn en droegen elke kleine over aan de respectievelijke leerkracht van de middenbouw. Een schaamteloze tearjerker natuurlijk, de schurken.

Daarna visten ze zoals elk jaar nog ergens de energie op om nog een andere mijlpaal in een kinderleven te organiseren: samen blijven slapen in de klas. Volgens puk werd de langverwachte sleepover een bacchanaal met een zoektocht naar chipkes, een filmpje en héel laat gaan slapen. Het kind glimt nog steeds van vermoeidheid en van diep contentement.

Merci voor alles. Een mooie zomer gewenst, na dit bizarre schooljaar, aan alle troopers in het onderwijs. See you in September voor een nieuw verhaal ❤️

(En juf Phara, tot in de lente, wanneer we een nieuw kleutertje bij jou mogen komen afzetten.)

tot genoegen ❤ (hier of op de socials)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s