het babyjaar (deel 2)

Omdat ik het kleintje nog maar amper getekend had, terwijl een heel jaar voorbijging, plande ik een inhaalsmanoeuvre in oktober (en zo deed ik een beetje mee aan #apaperaday19 en #inktober2019). Dit is deel 2 van 2.

That’s a wrap jongens! Zo tof dat u erbij was!

Tiszogoedasdaketgateb zeggen ze bij ons in Mechelen.

Bij leven en welzijn, afspraak volgend jaar voor een nieuw rondje. (En straks nog een extraatje)

 

15 oktober 2019

img_8780

‘t Is gebeurd. Daar heb je de verticale mens. Het lukte al een tiental meter met een gespannen knuistje rond moeders wijsvinger. Af en toe een blik naar boven van: je bent er toch nog he? Eerst steeds een beetje surplacen en dan voorzichtig vooruit met soms een beentje dat in de lucht toch weer een beetje twijfelt. Het geheel aan een dergelijk meditatief tempo dat moeder vermoedt dat dit de weg naar het nirvana is, ware het niet dat je rug er scheef van trekt. Sinds dit weekend: alleen. Vier volle stappen en dan werpt hij zich in je armen, ongeacht of je in de buurt staat of niet. Zot van glorie gaat het steeds wilder, tot hij geen stap meer kan zetten en schaterend op het tapijt blijft liggen.
Moeder zoekt -instant weemoedig- dat album van “Mijn Eerste Jaar”, waar uiteraard nog geen enkele foto in plakt. Wel staat moeizaam elke week beschreven op voorgedrukte lijntjes. Vier regels is veel voor een baby die maandenlang geen zichtbare klap uitvoert en om kortgedichten te schrijven over wat ongrijpbaar is heeft een mens meer slaap nodig. Dus staat het boek vol met het klassiek genre van gedateerde eerste keren, meeteenheden en verslagen van ziektedagen waarop de baby jengelde en moeder ook. Een paar keer werd pro memorie het ritme van een gemiddelde dag genoteerd met dutjes (te weinig naar moeders zin) en nachtvoedingen (volgens hetzelfde criterium: te veel) om de gebeurlijke twijfel te bestrijden of we nu echt uitgebroed zijn: dat zijn we.
Moeder neemt een balpen en noteert: “13/10/19 (net geen 15 maanden) – stapt alleen en is heel fier”
– Mama!, roept de baby. Met een ruk draait moeder zich om.
– Wat zei je daar?
– Mamamamamamama! schreeuwt hij, met twee plakpollen tegen het raam, tegen iets in de tuin.
– Das waar vriendje, zegt moeder. We moeten nu ook weer niet overdrijven met al dat gemijlpaal.

P.S. ja , dat is een mom jeans, die moeder met een air van entitlement -kijk hoe ge dit stylet, tieners- uit het rek viste in de hippe tweedehandswinkel waar de hippe kinders van na 2000 een nineties-outfit samenstellen.

 

 

16 oktober 2019

img_8785

 

Ik scroll terug door het babyjaar in mijn fotobibliotheek, hunkerend om hem terugspoelend te zien krimpen, om dat nekje weer in die plooitjes te zien zakken. Honderden kiekjes. Soms in reeksen van vijf omdat ik een beweging of een uitdrukking probeerde te vatten. Baby op het strand met een mond vol zand en watermeloen. Plakhandjes die eraan geschroefd lijken. Spekvoetjes waar geen beenderen in lijken te zitten. Baby in een plas zeewater. Baby en zus op de trein met elk een pannenkoek, gekregen van een hartelijke familie uit Charleroi aan de andere kant van het gangpad. (De moeder glimlachte warm en had een grote boodschappentas bij vol nuttige dingen waaronder een grote tupperware doos vol op voorhand gebakken en meticuleus opgerolde pannenkoeken. Een paar extra voor onbekende kindjes in de trein die door hun moeder verwaarloosd worden. Bijhorende servetjes. De onophoudelijke adolescent die ik ben heeft ontzag voor dat soort Marypoppinstassen. Zelf heb ik meestal kauwgom, een koptelefoon en een luier bij. Soms stop ik papieren zakdoekjes en pleisters in mijn rugzak om ook eens de moeder te zijn die dat zomaar kan opduikelen, maar tegen dat het dan eens nodig is liggen ze meestal schmutzig en gedesintegreerd op de bodem en ben ik weer de moeder die ik al was.) Baby met blozende wangetjes, slapend in de buggy na eindeloze toertjes over de kasseien. Hij lijkt op het kindje Jezus van Hummel dat mijn moeder in een houten kribbetje tussen de borden op de kersttafel zette, waar we niet mochten aankomen. De baby net opgehaald van de creche, semi-uitgesnikt. Meestal zie ik hem eerst, zit hij te spelen. Dan ziet hij mij en barst hij los om het brute besef dat hij verlaten was en dan moet ik hem een halfuur dichtbij houden. Als hij moe is kleuren zijn wenkbrauwen rood.

17 oktober 2019

img_8786

Moeder spoelt terug door de foto’s van het babyjaar. Baby in de zandbak met een zandbaard. Babysnuit rood van de pastasaus. Baby met geheven vingertje, nadrukkelijk wijzend naar iets buiten beeld. Daar hoort geluid bij: iets als baba, wawa, bebe, dada (soms met een zwaaitje, nooit op vraag). Ik maak me sterk dat ik zijn roep zou herkennen, zoals pinguinouders dat kunnen uit een zee van kuikens op het ijs.
Bewogen beeld van baby die schatert om de zus die rond de eetstoel rent, onder het zingen van naargeestige liedjes. Eentje over een stoute krokodil die de wieg omduwt en de baby die naar het ziekenhuis moet. Een ballade over de jagers die een hertje doodschieten. In het tweede couplet neemt een man het dode hertje mee naar huis voor zijn vrouw, die meteen melk gaat opwarmen. ”Maar mama,” waarschuwt ze ernstig, “dit is wel geen leuk liedje, want de meneer en mevrouw hadden al een kindje, maar dat was van de wereldbol gevallen.”
Sinds de baby geboren werd, zijn sterven en dood nogal een thema. “Ik hou van jou kleine broer”, zegt de zus, “ook als je gestorven bent.” Als wij gestorven waren dan hadden we haar niet gemaakt en dan was ze er niet, redeneert ze luidop. Misschien had een andere mama haar dan gemaakt. Ik probeer uit te leggen dat dat niet kan.
Puk denkt na. “Maar mama als jij doodgaat, wat gebeurt er dan met je telufoon?” Daarna wil ze ook nog weten wie er voor haar zou zorgen. Ze rangschikt iedereen in de familie volgens leeftijd en somt op in welke volgorde iedereen moet doodgaan. Ik pijnig mijn hersens hoe ik moet vertellen dat het leven soms een schoft is die geen afspraken nakomt. We gaan wandelen bij de oude praalgraven van de Westerbegraafplaats. Ze kijkt naar de oude foto’s. Ik vertel dat lichamen soms begraven worden en soms verast. “Maar dat doet dan geen pijn meer” zegt ze. En dan, rondkijkend: “Waar is het vuur? Dat wil ik zien”.

 

18 oktober 2019

img_8787

Moeder spoelt terug door de foto’s van het babyjaar. Baby op zijn buik op de mat. Baby naast het park waar hij -al hou je hem onder schot- niet in wil. Baby met een mond vol ochtendbanaan. Slapend duo in de fietskar. Terugscrollend kan ik zo weer oproepen wat ik toen dacht. Iets als: kijk nu, godverfok waarom is er niemand om dit even mee te delen. Ziet dat nu liggen. Kijk die wangetjes, die wimpertjes. Het spijt me dat ik geroepen heb daarnet. Het spijt me. Het spijt me! Ik was moe en de baby woog zoveel en jij wou je jas niet aandoen en ik dacht dat ik wat zou krijgen. Straks knuffel ik je plat. Kijk nu, die kar vol met kinders. En dan eens in de zoveel tijd, knijp ik voor het rode licht mijn handen rond de duwstang tot mijn knokkels wit zien, terwijl er malheuren door mijn hoofd schieten zoals wat als ik nu opeens struikel en ik laat per ongeluk los, of ik val bewusteloos en ik laat per ongeluk los, of ik denk even niet na en ik laat per ongeluk los of een vrachtwagen rijdt over me heen en ik laat per ongeluk los en dan rolt de kar weg, het kruispunt op. En de stad is een duistere jungle vol dodelijk onraad en het huis ligt vol verloren messen en ik ben het grootste gevaar van allemaal want ik zou zo maar even op mijn telefoon aan het kijken kunnen zijn terwijl er iets onuitsprekelijks gebeurt en aarghhh. Allez. Moeder. Ge doet het weer.

 

19 oktober 2019

 

img_8788

 

Moeder spoelt terug door de foto’s van het babyjaar. Kijk eens welk een schone bucolische scène. (Duurde waarschijnlijk 30 seconden waarna er iets kwam als:
– NEE NIET DOEN! (puk)
– BAAAA (baby)
– MAAMAAAAAA HIJ LAAT NIET LOS! (puk)
– HIIIIII (baby)
– Wacht, wat wil hij doen en wat wil jij doen? Misschien kan je samen een oplossing vinden? (moeder en haar principes)
– OK! LAAT LOS! STOUTE BABY! JIJ BENT NIET MEER MIJN VRIEND! (never mind)

PS: Moeder heeft geen tijd voor nette tekeningen want het is 10u en er is al vier keer overgegeven, waaronder één keer in moeders nek. (Het besef dat het eerste kind werkelijk een ijzeren maag heeft kwam toen het tweede een middenrif bleek te hebben dat wel al eens opwipt. Onervaren vergeet ik elke keer te anticiperen en word ik ondergegeubeld). Dus nu zit moeder in de zetel met de nasnuffende baby en dat is au fond zo slecht nog niet want ligt ook op mijn schoot: een waarlijk geweldige historische atlas van de stad, die zomaar in de bib lag. (Ik hoor werkelijk àlle leerlingen waar ik ooit les aan gaf met hun ogen rollen maar nu vraag ik u: is er een grotere vreugd op de wereld eigenlijk dan een goeie historische atlas?)

 

 

20 oktober 2019

img_8789

 

baby netflix.

 

21 oktober 2019

img_8790

Moeder spoelt terug door het babyjaar.
Hier een herinnering aan een dierbare ochtend ergens in het voorjaar. Waarop de baby eens uitsliep en de puk dat remedieerde door om 5u40 op het bed te springen onder het stellen van diepzinnige vragen.
– Maar mamaaa?
– Ja puk?
– Maar hoe maak je een baby?
– Wat denk je zelf?
– Ik denk eerst het hoofd.

 

22 oktober 2019

img_8791

 

– Mama
– Ja, puk?
– Maar ik wil eigenlijk helemaal geen kindje zijn
– Wat wil je dan wel zijn?
– Ik weet het zelf niet.
Ziedaar de verworvenheid van deze zomer. Het lukt niet altijd, maar we proberen woorden te geven aan wat we voelen. En als we niet goed weten wat we allemaal voelen, dan zeggen we: ik weet het niet. En dat mag dan ook en dan proberen we later nog eens. Moeder die de zogenaamde terrible twos erg vond meevallen, googelde op een wanhopig moment of er ook zoiets is rond de vier. En jazeker: een of andere vuilbekkende kinderfluisteraar heeft het online over de f*cking fours.
Ik spreek uit- letterlijk- enige ervaring: onze vierjarige heeft inderdaad een hoofd waarin het schijnbaar vaker orkaanseizoen is dan niet.
Er waren discussies die ik qua inhoud (de wanneer-mag-ik-nu-eindeluk-gaatjes-in-mijn-oren-potverdorie?- ochtend: episch) en qua toon (wegstormend: STOUTE MAMAAAA! Jij bent nooit meer mijn vriend!!) pas binnen een jaar of tien verwacht had. Ik moest ook lichtjes beschroomd een razend kind van de grond rapen in de rij aan de kassa, dat daar nooit eerder gelegen had, tenzij voor de gezelligheid.
Maar ik vond het vooral f*cking confronterend om mezelf te zien reageren op dat overlopende kleuterkopke. Hoe vaak ik mezelf op de neiging betrap om tegen een kind dat gevallen is en het op een brullen zet te zeggen: dat doet geen pijn. Alsof het mijn knie is. Of om boosheid van tafel te willen vegen. Verdriet te sussen. Teleurstellingen weg te praten. Heel vaak ging het om de kwestie: dat de baby nog een baby is en dat is niet eerlijk. Want op baby’s kan je niet kwaad zijn en op kleuters -euh- heel erg. En dan ging ik meteen roepen dat kleuter zijn oemes veel leuker is en dat de baby er niet aan kan doen en bibbidi bobbidiboo. Alsof dat niet bloedirritant is: elke keer als je durft zeggen dat je iets rot vindt, iemand die meteen begint te zwammen over alle redenen waarom het wel meevalt. En waarom je niet moet huilenZwijg toch, moeder. Lange maanden van gemiste kansen om mijn snufferd te houden. Ik heb nu door dat de puk oppakken en zeggen: lastig he en het dan lastig laten zijn, vaak een orkaanuitbarsting scheelt. Heb ik maar een half jaar en eindeloos gekrijs over gedaan. Words of wisdom: let it be, moeder. Meestal onthoud ik het.
Sindsdien fantaseren we samen over altijd baby blijven. Spelen we alsof zij ook een baby is. Of ook een mama van het broertje (en een Dickensiaans aantal poppenkinderen). Als de baby’s dan brullen zegt ze:

“Je bent niet alleen hoor, baby, je bent niet alleen”.

En dan denk ik: potverdorie. Die moet ik onthouden.

 

24 oktober 2019

img_8792

(Voor de menschen denken dat dat hier een oase van welopgevoede rust is: )
Het besef heeft zich in moeders hoofd genesteld dat de meeste zever niet begint als de vierjarige overprikkeld en moe is. Want met ene overgekookte puk gaat het min of meer zo:
– Wat scheelt er puk?
– WEGOON!
– Ik denk dat je misschien een beetje moe bent?
– NEE IK BEN NOOIT OF NOOIT MOE!
– Ok dan. (Cue zwijgen moeder en gewoon het hele zootje op je schoot trekken)

Dat lukt meestal. Maar dit, mannekes:

– Mama? (Puk, rustig met iets bezig dat ze wil laten zien)
– Hmmm (moeder zit het zoveelste uur per dag op haar telefoon waar allerlei te blussen werkbrandjes via mail en messenger ook na 18 uur vlot blijven binnen stromen. Alsook: schoolnieuwsbrieven, mails over bestellingen, wijknieuws, enfin, allerhande eerstewereldproblemen, u vat het plaatje).
– Mamaaa!
– Ssst (moeder moet nog snel iets sturen via whatsapp want moeder heeft toch ook recht op een sociaal leven zeker)
– Mama!
– Puk wees even stil (moeder wil even de krant, instagram en facebook tegelijk lezen want dat is ontspannend)
– Maar ma-maaa!
– VERDORIE PUK LAAT ME TOCH EVEN MET RUST! (moeder – eigenlijk een introvert die rust zoekt in dat machientje – explodeert)
– HUIL (puk geschrokken)
– Sorry puk, mama is te moe (moeder geschrokken)
– WAAROM BEN JE DAN BOOS OP MIJ, DAT IS NIET EERLIJK! (puk taking no shit, good for puk)

Waarna moeder 1) nog eens uitlegt wat er gebeurt als haar hoofd gewoon te vol zit (dan maakt moeder ambras en steekt het op de kleuter) 2) haar smartphone vervloekt 3) het geheel diezelfde week nog vier keer herhaalt. Niet proper. Moeder heeft het door, weet eigenlijk beter, maar niet hoe ze beter moet doén. Gelukkig is het onding gisteren in het toilet gevallen. Toch een paar dagen rust. En moeder sloeg haar enkel keihard om. Knak. (Zo’n dag).

Dus vanmorgen zaten we op elkaar gestapeld in de bus naar school.
– Mama! Jij bent de liefste mama, voor altijd en voor heel veel!
– Ik hou van jou puk, dat weet je he, ook als ik niet lief doe?
– En ook als je gestorven bent!
– Dan ook.

(Als u ook geterroriseerd wordt door uw machien kan ik aflevering 22 van de werk en leven podcast aanraden, die gaat over hoe je digitaal kan detoxen. Als u daar geen tijd voor heeft omdat u teveel dingen op uw machien moet checken is de toiletpot misschien een idee.)

 

 

25 oktober 2019

img_8793

Moeder scrollt terug door het babyjaar.
Op zoveel foto’s lijkt het of ik het leven schonk aan een miniatuurgepensioneerde,
zo eentje uit mijn dorp van toen (het is voorbij).
Hij heet Swa, Sus voor de vrienden.
Swa gaat is zien hoe het met zijn duifkes is, se. Daarvoor zet hem zijn klakske op.
En swenst is Maria een gebroadje met sjalotten aan het prepareren.
Want het is zondagnoen.

 

26 oktober 2019

 

img_8794

 

In het voorjaar zijn we verhuisd. Naar een straat vol gezinnen met kindertjes die ik nooit hoor. De buren beweren van niet, maar ik weet zeker dat ze voor ze mijn naam wisten (en misschien nu nog) aan mij refereerden als Dat Colèrig Mens Van Hiernaast Dat Altijd Op Haar Kinders Roept. Ik probeer zo hard van niet en ik weet niet altijd goed waar het misloopt. Ik roep omdat ik bang ben dat ze zich pijn gaan doen (het zijn hooligans, allebei). Of omdat ik al tig keer iets gevraagd heb en puk het niet eens niet hoorde omdat ze in een delirium opgaat in haar spel. Of omdat ik iets één keer gevraagd heb en dat ze het daarmee kan doen want ik ben chagrijnig omdat de baby honderd keer wakker is per nacht, maar niet tegen de baby want die krijgt altijd nog het laatste restje geduld. Moeder is ook wel wat soupe au lait: kookt snel over en dan is het even snel weer voorbij. Mijn omgeving vindt dat geloof ik een deel van mijn charme.
Enfin dan sta ik uit mijn vel te springen omdat de puk te wild doet met de baby op de trampoline en kijk ik over de haag recht in de minzame ogen van mijn buurvrouw. Of ben ik net uitvoerig uitgevlogen tegen de smurf die blijft weigeren om mee te werken terwijl we snel ergens heen moeten en besef ik dat de buurman de andere kant van de haag staat te snoeien. Ge-nant.
Ze zeggen dat je moet dansen alsof niemand kijkt en zingen alsof niemand je kan horen. Maar op momenten dat het echt moeilijk gaat denk ik soms bij mezelf: moeder, denk nu maar even dat werkelijk heel de wereld staat te kijken. Het lost de situatie niet meteen op, maar het helpt soms wel om fair te blijven. Dan denk ik ons even in een volle wachtzaal of een treinwagon. Daar ga ik ook niet krijsen als de kleuter zich gedraagt als de vierjarige die ze is, ook al is het een fysische wet dat er op zo’n momenten altijd contrastkleuters in de buurt zijn. Die zitten dan kaarsrecht op hun stoel een beetje te filosoferen, terwijl de mijne op luidruchtige wijze dingen afbreekt. Zo gaat dat. Maar in de zomer zat ik eens rond bedtijd buiten. De baby sliep al en puk was uit logeren. En in de vrijgekomen stilte gaven alle buurtkindertjes uit de omliggende huizen een concert. En hun ouders deden ook mee. Speciaal voor mij denk ik. En ik was zo blij ze te horen.

 

27 oktober 2019

img_8795

Het grote bed vanmorgen om 05u26 wintertijd. Een waar succes. Ik had gisteren aan de baby gezegd dat als hij vanmorgen zoals alle vorige dagen zou opstaan om iets na vijf, dat het dan nu iets na vier zou zijn en ik hem alsnog te vondeling zou leggen. En toen bleef hij een uur langer liggen en werd dan wakker met een kop van: kijk wat ik allemaal voor je moet doen, moeder.
Het is 06u10. De puk zit opgefokte ponyfilmkes te kijken. De baby is klaar met elk stuk speelgoed dat ooit gemaakt is over het tapijt verpreiden en kruipt naar de trap. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat hij het hekje dat hem moet tegenhouden niet alleen openkrijgt, hij doet het ook keurig weer achter zich dicht als hij naar boven kruipt.

 

28 oktober 2019

img_8796

Moeder scrollt terug door het babyjaar. Baby met eerste boterhammetje en afgekloven komkommerstengels. Baby in zijn blootje op het verzorgingskussen, één en al malse sappigheid. Baby vol wit aangestipte rode windpokken. Baby in het wippertje, sabbelend op een herdertje uit de kerststal. Baby in de houdgreep van de kleuter waar affectie en geweld elkaar tegenkomen. En een paar dingen die ik heb opgeschreven, die ze zei:

– Mama, ik ben jouw doktertje he. En de baby is jouw zoompje.
– Awel awel awel, er ligt een schreeuwbeer naast mij (tegen de baby die huilend wakker wordt).
– Ja, hij is jaloers omdat hij er geen heeft (moeder had gezegd dat de baby last had van zijn tandjes)
– Die krullen heeft hij van mij.
– ANNABEEEEEL HET WORDT NIETS ZONDER JOUUUU ANNABEEEL (Puk zingt een liedje om de baby te troosten.)
– Ja, die moest twee keer in bed blijven dan kan hij goed spelen met Annabel, dan is hij goed uitgerust (Moeder vroeg of ze wist waar het liedje over ging).
– Dikke kluffel, dikke kus en een aai over je hoofd ( bij elk afscheid krijgt de baby dit setje van drie)

 

29 oktober 2019

img_8797

(Moeder is gisteravond blijkbaar boven deze tekening in slaap gevallen.)

Moeder scrollt terug door het babyjaar. Baby op zijn buik. Baby op zijn rug. Baby met een speeltje. Baby kijkt naar het speeltje dat gevallen is. Baby lacht. Baby lacht nog eens. Een korrelige nachtreportage van de roze big in het grote bed, omdat ik wil onthouden hoe hij naast mij lag. Ik weet van bij de vorige dat je het niet onthoudt, maar ik probeer toch nog eens. En plots zit ik op mijn knieën naast hem want even dacht ik zijn longen niet te horen. Ik luister in het donker met mijn oor een centimeter van dat borstkastje en dan hoor ik ze weer. De adem van zo’n kleine is alleen maar zoet. Bijna niet te verdragen zo nieuw. En dan bedenk ik weer dat hij bestaat omdat ik wou dat hij bestond. En hoe zot dat is. En dan valt dat weer even als de Niagara over me heen dat ik het niet mag verknoeien. Ik beloof je, ik ga nog meer mijn best doen en dan nog meer. Je bent zo lief en zo klein en ik wil jou vastpakken en fijn nijpen en alles beloven dat ik niet kan beloven. Ik hou van je. Ik hou van je. En ik herinner me ineens een dierbaar flardje uit de les moraalfilosofie*. Dat van jou houden eigenlijk wil zeggen: jij, jij gaat nooit dood.

*van de Franse existentialist Gabriel Marcel:
Aimer un être n’est-ce pas lui dire implicitement : “Toi tu ne mourras point ” ?

 

 

30 oktober 2019

img_8798

 

Moeder scrollt terug door het babyjaar. Tientallen filmpjes van de baby die klinkers oefent. Steeds dezelfde beelden van het beestje in wisselende rompertjes. Baby in het mauve. Baby in het blauw. Baby in het wit met gele vlekken, die alleen wegtrekken in de zon. Bladerend wordt de baby steeds kleiner, zijn er steeds meer foto’s en steeds minder taal. Het diertje slaapt en het is wakker en het slaapt. Soms heb ik even tijd om me af te vragen wie ik ook al weer ben en waar ik me zoal mee bezig houd en dan wordt het weer wakker.

Er zijn weinig woorden voor wat er zo opeens is. Ik vraag me af wat het precies is. Of hoe het is. De kleuter ziet gewoon een klein lijfje en onderwijst over de respectievelijke lichaamsdelen. “Kijk. Dit zijn je wenkbrauwen, dit is je buik en daarin zitten je lommen.” Het staart me aan met grote ogen, die naar mij kijken als naar zichzelf. Net nog waren we twee in één, in de unieke en volstrekt absurde menselijke verhouding die zo’n dracht is. We zijn nog steeds geen twee.

De dagen en de nachten, maar wij ook, lopen over in elkaar. Soms lijkt of ik nooit nog weerkeer. Het is makkelijk me te verliezen in dat kleine niets. Hoe aanlokkelijk te denken dat het alles is, om mezelf ermee te vullen. Of om te denken dat er leegte is, om vol te schenken. Het mondje zuigt en de melk schiet het tegemoet, terwijl alle hormonen schreeuwen: van mij, van mij. Ik weet, jij bent van jezelf. En dat is de zoektocht: jou gewoon te laten zijn. Komt wel. Ergens worden de weken wel weer maanden en de wereld wel weer groter. Ik word wel weer ik. En het niemendalletje wordt jij.

 

 

31 oktober 2019

img_8799

Moeder scrollt terug door het babyjaar. Baby’s eerste lachje. Baby probeert een knuffel te volgen met zijn oogjes. Steeds maar foto’s van de bovenkant van het hoofd van het wezentje dat in de draagzak woont. Baby in de lavabo met nog een restje navelstreng. Baby aan de borst met een traan op zijn voorhoofd. Grote hap, grote hap, smeek ik en hij doet van duizend wasknijpers.

Het oerwoud waar niemand slaapt. Binnen is alles donkergroen en warm en vochtig en kleine aapjes staren je aan vanuit de struiken. Buiten woedt de wereld. Binnen voeden we de uren aan elkaar tot het dagen worden. Onwezenlijk fijne vuistjes naast een collectie compressen, tepelzalven en pijnstillers.

Alles rauw, overal het vel af.
Alles opgeschoven.
De allereerste met een oortje waar nog bloed aan kleeft.
En oogjes met daarin de hele wereld.

 

—————————————————————————–

 

tot genoegen! hier of (met iet of wat meer regelmaat) op facebook en instagram.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s